Melchior Waerbeeck 1606


Uit de collectie, Harry Dewit (†)


Penning op Melchior Waerbeeck, Antwerpse muntwerker.


Materiaal: Koperlegering, verguld.

Bewerking: Gegraveerd.

Massa: 27,10 gram.

Diameter: Ø 50 mm.

Aanmaakplaats: z.pl. Antwerpen.

Datering: 1606



Voorzijde: Binnen drie lijncirkels, het omschrift:

✶ VOOR ✶ MELCHIOR ✶ WAERBEECK ✶ LAET ✶ VOLGHEN ✶

S’VENT ✶ TSY BIER ✶ OFT ✶ WYN ✶ VANT ✶ BESTE ✶ ALTYT ✶

In het veld, het wapenschild van de familie Waerbeeck,

getopt met een toernooihelm met afhangend helmkleed.

Met helmtooi waarop een bundel pluimen met daartussen

een everzwijnkop.

Onder het wapen een lint waarop de tekst:

DIE · SYN · PROVE · DEDE · A° · 1606 ✶1 · SEPT


Keerzijde: Binnen een lijncirkel, en touwcirkel, het omschrift:

♱ HOV ✶ KONNEN ✶ SY ✶ VERGAEN ✶ DOOR ✶ ENIGNEN ✶ NOOT ~ DIET

✶ GELT ✶ MET ✶ HAMERS ✶ SLAEN ✶ SOO ✶ CLEYN ✶ ALS ✶ GROOT

In het veld, een werkende muntwerker in een atelier met open haard, 

die gezeten aan een ton met een hamer een muntplaat bewerkt op een klein 

aambeeld.



Lit.: P. Callewaert, Melchior Waerbeeck, een Antwerpse muntwerker in beeld.

Een studie van een gegraveerde, verhulde penning uit 1606.




_____________________________________________________


Proefpenning van de munt van Antwerpen.


Proefpenning van de Munt van Antwerpen.


Materiaal: Zilver.

Bewerking: Geperst.

Massa: 10 gram.

Diameter: Ø 29 mm.

Aanmaakplaats: Antwerpen.

Medailleur: Jacques Roettiers. 

Datering: z.j. Ca. 1744


Voorzijde: Binnen een getande cirkelrand/boord.

Het gekroond versiert wapenschild van Brabant en Vlaanderen.

Onder het wapen, het muntteken: ✋

Opschrift:

                           PRINGIPIS  /  AD NUTUM 









Keerzijde: Binnen een getande cirkelrand/boord.

Een balanspers, op de grond geperste munten.

Links twee gevulde manden met blanco munten.

Opschrift:

                    ET LEGE ET PONDERE.

Inde afsnede, de tekst:

                                MONETA.

Onderaan tegen de boord, het initiaal van de medailleur:

                                      R.

                                (Roettiers).



Lit.: J. De Beer, RBN 1931 Pl. VIII nr.32.

de Coster, nr.843.

______________________________________________________